Middeleeuwse muziek

 


Gerelateerde dossiers:

:: Muziekgeschiedenis index

:: Renaissance

:: Barok

:: Klassieke tijd

:: Romantiek


Algemeen

De middeleeuwse periode vond plaats tussen 500 en 1400 na Christus. Om te begrijpen hoe de muziek zich in deze periode ontwikkelde, is het goed om iets meer te weten over het leven in de Middeleeuwen. Er waren drie klassen mensen. Ten eerste de adel: mensen van koninklijke bloede en de rijke landeigenaren. Ten tweede de geestelijken: priesters die in kerken werkten en monniken die in de kloosters leefden. De rest van de mensen, de arme boeren en landarbeiders vormden de derde klasse, de burgerij.

Kerkelijke muziek

De kerk was zeer belangrijk in het leven van de mensen. In de kerken ontstonden dan ook de eerste grote muzikale bijeenkomsten. Deze muziek werd vooral gemaakt in de kloosters, de componisten waren katholieke priesters en monniken. Men geloofde dat wat ze componeerden rechtstreeks afkomstig was van God. De mens was hieraan ondergeschikt en om die reden is muziek tot 1100 voornamelijk anoniem, dus zonder dat er namen van componisten van bekend zijn. De heilige muziek uit deze periode bestond uit een enkele melodielijn met woorden in het Latijn.

Gregoriaans
Impressie van Gregoriaans gezang in de kerk.

Omdat het christendom onder verschillende volkeren verbreid was, heerste er aanvankelijk geen liturgische eenheid. Deze kreeg pas vorm toen paus Gregorius de Grote in 596 de pauselijke troon besteeg. Hij ordende en systematiseerde totdat de kerkzang tot een smaakvolle eenheid gerangschikt was. De benaming Gregoriaans werd pas vanaf 850 gebruikt. Het Gregoriaans is zuiver vocaal; de uitvoering is eenstemmig; de melodie is niet aan maat gebonden. Het Gregoriaans kent dus wel ritme, maar geen maat.


Meerstemmigheid
De meerstemmigheid kwam in het westen tot ontwikkeling in de kloosters en kathedralen. Het is een zeer belangrijke bijdrage van de westerse muziek een de muziekgeschiedenis. Vermoedelijk vind de meerstemmigheid haar basis al in de 9de eeuw. We weten daar echter vrijwel niets over. Een hoogtepunt in de meerstemmigheid vind plaats in de 12de eeuw in de Notre Dame in Parijs. Hier werd tweestemmig gezongen (door solo stemmen dus), aangevuld met Gregoriaanse gezangen door een koor.

Wereldlijke muziekImpressie van de troubadour

Buiten de kerk ontstond in de 12de eeuw een andere muzikale traditie, uitgevoerd door minstrelen en de franse troubadours. Ze trokken zingend, dansend en verhalen vertellend van kasteel naar kasteel. De muziek bestond, evenals de kerkelijke muziek, uit een enkele melodie. Verschil was echter dat de muziek sneller was en in de plaatselijke taal. Verder werd de zang begeleid door snaar- of percussie-instrumenten. In de kerk werd het orgel gebruikt, op straat de viool en de lier. Percussie-instrumenten waren kleine drums en bellen.

Naast de liederen van de troubadours ontstonden volksliederen die, zoals de naam al suggereerd door iedereen (en samen) gezongen konden worden. De volksliederen hadden een simpele melodie en eenvoudig ritme. Bij volksliederen kan onder meer gedacht worden aan strijdliederen, liefdesliederen, drinkliederen en ballades.

- Cult Kanaal 2004 -